Murray Perahia over muziektheorie

Op 18 juni 2017 gaf meesterpianist Murray Perahia een briljant concert in het concertgebouw in de serie meesterpianisten.

Voor dit concert vond een interview plaats met Perahia waarin hij het een en ander opmerkt over muziektheorie. Hieronder volgen een paar stukjes die mij troffen uit dit interview:

En néé, benadrukt hij, theoretische kennis hindert de zeggingskracht van een uitvoering niet, maar bevordert die. „Als je weet waarom een stuk daar en daar van cis naar d gaat, leer je de lange lijnen zien. Daar gaat het om. Een muziekstuk is een zelfvoorzienend organisme dat je moet leren kennen om het te kunnen omarmen.”

Zelf geeft hij ook les, maar sporadisch. „Het ligt er niet aan dat ik het niet zou willen, of dat er onvoldoende pianotalent is”, zegt hij. „Maar ik vind jonge pianisten te eenzijdig ontwikkeld. Vaak hebben ze geen onderliggende basis op muziektheoretisch en muziekhistorisch gebied. En die kan ík ze niet meegeven, die kun je je alleen zelf aanleren door de noodzaak daarvan te voelen.'

„Wat mij, zonder te willen generaliseren, opvalt aan jonge musici is dat ze zichzelf als uitgangspunt nemen. ‘Ik voel het zo, dus het is waar.’ Maar dat is voor een klassiek musicus nou net níét waar, of in elk geval: niet genoeg. Als je andermans muziek speelt, moet je je in diens emotionele en filosofische context verdiepen, in zijn worstelingen, zijn visies, zijn technieken. Hoe kun je Schubert spelen als je de tekstdichters van zijn liederen niet kent? Zijn achtergrond? Vervolgens wordt je persoonlijke gevoel vanzelf onderdeel van je visie. Want muziek is universeel. Maar gevoel mag nooit het uitgangspunt zijn.”

1000 Resterende tekens